De AOW is veel betaalbaarder dan de coalitie doet voorkomen
Deel 2 van het tweeluik
De coalitie wil de AOW leeftijd 1-op-1 gaan koppelen aan de levensverwachting. De huidige 2-op-3 koppeling, met iedere 3 maanden verbetering in levensverwachting stijgt de AOW-leeftijd 2 maanden, was een belangrijke afspraak in het pensioenakkoord van 2019.
Vorige week lieten we al zien dat een verhoging van de AOW-leeftijd behoorlijk ongelijk uitpakt. Deze week duiken we in de betaalbaarheid. Want dat is de voornaamste reden dat partijen claimen dat een verhoging nodig is. Om afbraak te voorkomen, moeten we nu afbreken, zo luidt de logica.
Maar wordt de AOW wel écht zo onbetaalbaar?

De mythe: we vergrijzen en dus kunnen we de AOW niet langer betalen.
Vergrijzing is de voornaamste reden dat de betaalbaarheid van de AOW nu op de politieke agenda komt. Er zijn steeds meer ouderen (mensen boven de 65) ten opzichte van de beroepsbevolking (mensen tussen de 20 en 65 jaar). Dit heet de grijze druk en die neemt al heel lang toe: langzaam sinds 1950 en sinds begin deze eeuw een stuk sneller. Dus is het verhaal : we zijn met meer ouderen, dus kost het meer, en dat kunnen we niet betalen.
Hier zijn drie belangrijke nuances bij te plaatsen.
(1) De AOW-druk stijgt minder hard
De grijze druk gebruikt de grensleeftijd van 65, maar sinds 2013 is de AOW-leeftijd verhoogd. Daarom is het voor de kosten van de AOW beter om te kijken naar de groep die boven de AOW-gerechtigde leeftijd valt: de AOW-druk. Dat cijfer meet de verhouding AOW-gerechtigden t.o.v. de beroepsbevolking vanaf 20 jaar. En die AOW-druk valt fors lager uit dan de grijze druk. Bovendien bereikt die AOW-druk een duidelijk piek rond 2040, waarop een daling volgt.
(2). We hebben minder kinderen
Ook weten we dat het aantal personen onder de 20 afgelopen decennia flink is afgenomen en komende decennia stabiel blijft (de groene druk). Hierdoor stabiliseert vanaf 2040 de verhouding tussen de beroepsbevolking én het aantal jongeren en ouderen (de totale druk). Omdat kinderen best wat tijd kosten legt dit dus de komende jaren geen extra beslag op de tijd van de beroepsbevolking.

(3) De relatie tussen de kosten en AOW-druk
We vergrijzen dus alsnog verder tot 2040, maar zorgt dat ook voor stijgende kosten? Een goede manier om dat te meten is door te kijken hoeveel de AOW ons kost als percentage van de gehele economie (het BBP).
Maar de relatie tussen het aandeel van de AOW in het BBP en de AOW is helemaal niet zo eenduidig. Relatief gezien betalen we bijvoorbeeld nu niet meer aan de AOW, dan dertig jaar geleden terwijl we wel véél meer AOW’ers hebben.
Kosten vallen juist lager uit dan tijdens het pensioenakkoord
Dat meer AOW’ers niet 1-op-1 leidt tot meer uitgaven aan de AOW (als percentage van het BBP) zien we ook terug in de ramingen. In die ramingen stijgen de kosten namelijk wel, maar de afgelopen jaren steeds minder.
Dat maakt het extra opvallend dat VVD, D66 en het CDA nu aan het pensioenakkoord willen toornen. Want toen ze in 2019 de deal sloten raamde het CPB de kosten van de AOW op wel 6,5% van ons BBP in 2040. Door de nieuwste raming weten we echter dat de AOW miljarden minder gaat kosten. In 2040 geven we niet 6,5% maar 5,7% van ons BBP uit aan de AOW.

Ook is het maar de vraag of we die 5,7 procent gaan halen. Zo ontdekte Paul de Beer dat het CPB ten onrechte rekent met de werkelijk verdiende lonen, in plaats van de cao-lonen voor de jaarlijkse bijstelling van de hoogte van de AOW. Dat is opvallend omdat de AOW-uitkering beleidsmatig is gekoppeld met die langzamer stijgende cao-lonen. Volgens Paul de Beer zouden de AOW-kosten in 2040 maar 5,3 procent zijn van ons BBP, maar 0,1 procentpunt hoger dan in 2016.
Op korte termijn te weinig, op lange termijn te veel
Tot slot doet de huidige coalitie alsof ze de AOW voor de volgende generatie verhogen, maar het is juist die generatie die hier dubbel voor betaalt. De 1-op-1 koppeling doet namelijk op korte termijn weinig om de AOW-druk tijdens het toppunt van de vergrijzing te verlichten, maar zorgt er wel voor dat de jongste generatie later met pensioen gaat. Zoveel later dat de AOW-druk als zij met pensioen gaat lager (!) is dan nu.

Conclusie
In de plannen van de coalitie moet de jongere generatie een steeds groter deel van z’n leven gaan werken. Daarbij gaat een grote groep mensen — met name met een lager inkomen en praktisch opgeleiden — er dubbel op achteruit.
Dit alles zouden we moeten doen om in 2050 een lagere AOW-druk te hebben dan nu. Dat terwijl de ramingen van de AOW-druk en het aandeel van de AOW in de economie ook nog eens steeds naar beneden worden bijgesteld.
Wat ons betreft echt onvoldoende onderbouwing om te breken met een pensioenakkoord waar jaren over is onderhandeld.
En verder deze week...
We ontdekten dat de vrijheidsbijdrage ongelijk uitpakt. Hoge inkomens betalen in harde euro’s minder ‘vrijheidsbijdrage dan middeninkomens.
Cody Hochstenbach laat zien dat herverdeling een belangrijke oplossing is voor de woningcrisis, omdat de vierkante meters erg ongelijk verdeeld zijn.
Een onderzoeker van een Britse denktank stelt in de Volkskrant en in Politico dat het wel meevalt met de regeldruk, terwijl de echte problemen in Europa niet worden opgelost.
Tot slot: een beetje vreemd, maar wel lekker (de kliekjes uit onze Slack-kanalen)
De mannen bij de VVD gingen wel héél erg ver met hun valentijnskaarten dit jaar…
Vond je dit nou een leuke nieuwsbrief? Geef ons een like, en stuur hem door naar anderen!
Heb je ideeën voor onderwerpen om te bespreken? Reacties? Mail ons op: rodecijfers@substack.com








Zou het niet beter zijn om de rijksbegroting naast bedragen ook uit te drukken in percentage van BBP?
Wordt de oversterfte die al een paar jaar speelt ook meegenomen in het verhaal.