De WW en arbeidsongeschiktheid zijn goedkoper dan ooit
En toch probeert het kabinet te doen alsof de kosten de pan uit rijzen.
Gisteren kwam Vijlbrief met een reactie op het ultimatum van de FNV, CNV en VCP, nadat ook VNO-NCW bij monde van de nieuwe voorzitter gehakt had gemaakt van de AOW-plannen. In het ultimatum stond de eis om de bezuinigingen op de WW en WIA te schrappen, net als de verhoging van de AOW-leeftijd. In de brief stelt het kabinet nu dat de AOW-plannen van tafel gaan en de bezuinigingen op de arbeidsongeschiktheid en werkloosheidsuitkeringen niet in de voorgestelde vorm worden doorgezet. Deze toezeggingen lijken echter boterzacht, omdat de coalitie tegelijkertijd wil voorkomen dat uitgaven elders worden verdrongen, de belastingen verhoogd worden of dat het begrotingstekort oploopt.
In deze nieuwsbrief ontleden we de probleemstellingen in de brief. Want klopt het wel dat de financiële houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel onder druk staat, zoals het kabinet stelt?
Kosten AOW in 2040 nu lager dan in 2019
Deze passage in de reactie van het kabinet is cruciaal:
“De kosten van de sociale zekerheid in een vergrijzende samenleving zijn voor het kabinet belangrijk. Versobering is geen doel op zich, maar financiële houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel is een voorwaarde voor het behoud van deze voorzieningen voor onze kinderen.”
Eerder debunkten we dit argument al voor de AOW. De kosten van de AOW als percentage van het BBP liggen op het hoogtepunt van de vergrijzing in 2040 nu lager (5,7%), dan werd geraamd bij het afsluiten van het pensioenakkoord in 2019 (6,5%). Dit is ook nog eens een tijdelijk effect: de kosten dalen weer in de jaren die volgen naar 5,4% in 2060.
Historisch lage kosten werkloosheid en arbeidsongeschiktheid
Bij de werkloosheid en arbeidsongeschiktheid is al helemaal geen sprake van financiële onhoudbaarheid. Of anders gezegd: ze waren nog nooit zo betaalbaar. De kosten voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid liggen historisch laag op 2,1% van het bbp. Hiervan is momenteel het grootste deel arbeidsongeschiktheid en een kleiner deel werkloosheid. Laat dit even op je inwerken: terwijl het kabinet stelt dat de sociale zekerheid financieel onhoudbaar is, liggen de kosten op het laagste niveau sinds de jaren 70.

Nog nooit zo weinig arbeidsongeschikten als aandeel van het aantal werknemers
Een ander argument van het kabinet gaat over de instroom in de WIA, de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
“Ook is inzet op het voorkomen van uitval door ziekte essentieel. Allereerst voor het welzijn van mensen, maar het kan ook een beroep op de sociale zekerheid voorkomen. Dat is des te urgenter als we kijken naar de zorgelijke hoge instroom van (jonge) mensen in de WIA, vaak als gevolg van psychische klachten.”
Nu wil iedereen voorkomen dat mensen ziek worden. Maar het kabinet gaat nog verder: voor de financiële houdbaarheid moet de instroom in de WIA ingedamd worden. Het klopt dat de instroom onder andere door (long) covid, een ouder wordende beroepsbevolking en de chaos bij het UWV hoog ligt, maar tegelijkertijd is de uitstroom ook gestegen.
Die uitstroom is niet evenveel gestegen als de instroom, maar het zorgt er wel voor dat het aantal arbeidsongeschikten niet explosief stijgt, maar mondjesmaat. Zo waren er in 2025 860 duizend arbeidsongeschikten.

Belangrijk is echter dat de beroepsbevolking in de tussentijd ook is gegroeid. Die memo had het kabinet in de brief overigens even gemist.1 Alleen kijken naar absolute aantallen is dus wat misleidend. Als er meer mensen werken, is het ook niet gek dat wat meer mensen ziek zijn. Bovendien dragen alle werknemers bij aan de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en als percentage van het totaal aantal werknemers daalt het aantal arbeidsongeschikten juist. Relatief vallen er dus steeds minder mensen uit door ziekte.

Conclusie
Deze cijfers brengen ons maar één simpele conclusie. Er is geen fundamentele financiële reden is om te snijden in de sociale zekerheid. Het kabinet zoekt geld voor andere uitgaven, maar die zijn ook elders op te halen (zie ook dit Volkskrant commentaar of deze column van Sheila Sitalsing). Bijvoorbeeld door eindelijk eens gevolg te geven aan de vele rapporten die wijzen op de lage belastingdruk op inkomen uit vermogen en de uitstel van belasting op ingehouden winsten.
En verder deze week...
Wij publiceerden een rapport waarin we de belangrijkste argumenten van het kabinet debunkten. Lees het hier terug.
In Zuid-Korea zijn vakbonden de strijd aan gegaan met Samsung over de hoge winsten.
Negen FNV-bestuurders ageren tegen de bezuinigingen op de sociale zekerheid in het AD.
Tot slot: een beetje vreemd, maar wel lekker (de kliekjes uit onze Slack-kanalen)
Is dit dan de onorthodoxe oplossing waar Vijlbrief naar op zoek was?

Vond je dit nou een leuke nieuwsbrief? Geef ons een like, en stuur hem door naar anderen!
Heb je ideeën voor onderwerpen om te bespreken? Reacties? Mail ons op: rodecijfers@substack.com
In de brief staat op pagina 1 “We willen investeren in onze veiligheid en onze toekomst, terwijl ook de vergrijzing extra uitgaven vraagt, bij een krimpende beroepsbevolking.” Echter de beroepsbevolking stijgt gewoon.





Prima artikel.. en als de 2de kamer de begroting niet op orde kan krijgen.. schaf een fiscaal voordeel af.
Iedereen heeft in zijn leven recht op dezelfde bedragen AOW, ANW, WLZ.
Maar niet iedereen betaald daar in gelijke mate aan mee.
Premies voor AOW, ANW en WLZ - samen 27,15 % - zijn gemaximaliseerd Daarnaast is het zo dat de betaalde premies het belastbaar inkomen verlagen, dus ook een belasting voordeel voor hogere inkomens.
Het bizarre is dat de premie is gemaximaliseerd voor inkomens boven €38.441; dat is dus per jaar € 2.715 belastingvoordeel voor ieder € 10.000 jaarinkomen die daar bovenuit komt.
Iemand met een inkomen van bijna 40.000 euro betaalt in absolute bedragen dus evenveel premie als iemand met een inkomen van 300 duizend of 3 miljoen. Voor hen is de premie geen 27,15 procent, maar respectievelijk 2,71 en 0,217 procent.
Daarnaast is in de loop van de tijd de progressieve belasting eveneens teruggebracht: de hoogste schijf is nu 49,5% .
Sinds 2000 is de procentuele premie AOW gemaximaliseerd tot 17,9 procent. Inmiddels is de bijdrage uit de schatkist opgelopen tot 28 miljard, terwijl aan premies 23 miljard binnenkomt: het verschil wordt bijgepast uit de zgn algemene middelen, dwz van de belasting inkomsten van ALLE burgers.
Kortom:
Geen maximalisatie meer van premies AOW, ANW en WLZ , vanaf 2027 in 3 jaar afbouwen van deze fiscale voordelen.
Het laat maar weer eens duidelijk zien van hoe de zaken geframed worden en hoe we collectief voor de gek worden gehouden . Voorgaande kabinetten maar ook dit kabinet blijven maar aan het strip pokeren door alle voorzieningen maar zoveel mogelijk af te knijpen.