Wennink: een stortvloed aan Spookcijfers
Het rapport is wel erg creatief met statistiek.
Een korte waarschuwing vooraf: deze Rode Cijfers is iets langer dan gebruikelijk, we konden niet anders…
Afgelopen vrijdag presenteerde oud-ASML topman Peter Wennink zijn rapport voor een toekomstig verdienvermogen. Het devies: voor ons toekomstig verdienvermogen moet er NU gehandeld worden. We moeten niet meer nadenken, maar vooral beginnen.
Bij een oproep om niet meer na te denken gaan bij ons natuurlijk gelijk de alarmbellen rinkelen en dat is maar goed ook.
Na het rapport goed te hebben gelezen moeten we concluderen: het werk staat vol met Spookcijfers. Halve waarheden, verdraaiingen en misbruikte statistieken volgen elkaar op in de aanleiding, oplossingen en het kostenplaatje van het rapport. We zetten de belangrijkste hier op een rij.
De probleemstelling: onze koopkracht komt in het gevaar
Het was één van de opvallendste claims uit de persconferentie: als de economie minder dan 1,5% groeit dan daalt jouw koopkracht. Volgens Wennink zijn investeringen niet alleen nodig om technologische voorlopers China en Amerika bij te houden, maar ook noodzakelijk voor de portemonnee. Een gemiddeld huishouden zou er bij het huidige groeipad 1700 euro jaarlijks op achteruit gaan. Maar Wennink’s berekening klopt niet. Met een economische groei van 1,4% (tussen 2026 en 2029) en 0,9% (tussen 2030 en 2033) verwacht het CPB dat de koopkracht respectievelijk jaarlijks stijgt met 0,8 en 0,6 procent. Niet minder, maar juist meer geld in de portemonnee.
De verklaring ? Wennink rekent met een gitzwart scenario voor de overheidsfinanciën. Zo kiest Wennink ervoor om al het overheidsbeleid gelijk te houden op twee grote kostenposten na: de defensie-uitgaven en de klimaatopgave. Daardoor loopt de overheidsschuld bij Wennink op tot wel 234% van het BBP. Realistisch? Nee, want alle doorgerekende verkiezingsprogramma’s van GL-PvdA tot JA21 komen veel lager uit (max 140%). Wennink verdubbelt dus zo’n beetje de groei van de staatsschuld.
Normaal gesproken heeft dit geen negatieve gevolgen voor de koopkrachtberekening, maar dan doet Wennink nog iets raars. Hij stelt dat de schuld niet zo hoog zal mogen oplopen, en daarom meer belastingen vereist om het tekort te dichten - waardoor de koopkracht daalt. Daarmee veronderstelt het rapport twee tegenstrijdige dingen: onze overheidsschuld wordt heel hoog én mensen gaan heel veel geld betalen zodat onze overheidsschuld niet te hoog wordt. Dat kan niet allebei.
De probleemanalyse: bedrijven worden te veel beperkt in Nederland
Wennink’s tweede punt is dat er te weinig wordt geïnvesteerd. Tot zover zijn we het eens (zie hier). Deze investeringen zouden niet worden gedaan omdat de randvoorwaarden niet op orde zijn (want netcongestie, stikstof en vergunningen). Wennink wijst ook naar het gebrek aan land, talent en een ouderwets stelsel van sociale zekerheid. Daar worden de bewijzen steeds dunner.
Zo zegt Wennink over het grondgebruik:
De schaarste aan ruimte voor bedrijven is een keuze. 66% van de Nederlandse grond wordt gebruikt voor landbouw, een veel hoger percentage dan in bijvoorbeeld België en Duitsland (ongeveer 50%). Minder dan 3% van de Nederlandse grond wordt gebruikt door bedrijven, die wel het overgrote deel van de economische waarde creëren.
Wat hier opvalt is dat Wennink bij bedrijvengrond opeens ophoudt met de internationale vergelijking. Het klopt dat België en Duitsland minder landbouwgrond hebben, maar dit hebben ze niet ingeruild voor bedrijven maar voor bossen en bergen in de Ardennen, Alpen en Zwarte Woud. Ter vergelijking in Duitsland wordt maar 1,8% van het grond gebruikt voor bedrijven. In Nederland bijna de helft meer.
Voor het gebrek aan talent leunt Wennink flink op twee rapporten van McKinsey die die op de nodige kritiek konden rekenen. In toetsen getoetst laten de consultants zien dat het centraal examen op de middelbare school de afgelopen 30 jaar wel 40 procent makkelijker is geworden. Dit leidde tot veel kritiek van docenten en onderwijskundigen over de gebruikte methode. In een tweede onderzoek naar de krapte op de arbeidsmarkt schatte McKinsey in dat het personeelstekort in 2030 op zou lopen tot 1,4 miljoen werkenden. Hier reageerden twee vakbondseconomen en de directeur van het CPB zeer kritisch op.
Tot slot stelt het rapport dat er vernieuwing van de arbeidsmarkt nodig is. Zo zou een reorganisatie in Nederland wel vijf keer zoveel kosten als in andere landen met een flexibeler arbeidsregime. Bronvermelding of enige indicatie over welke andere landen het gaat blijven uit. Wij hebben het na lang zoeken niet kunnen herleiden.
De Oplossing: kijk naar de grote lijst met investeringen
Eén reden waarom Wennink om actie maant is dat de oplossing al klaar staat. Hij heeft aan TNO en RaboResearch gevraagd om te berekenen hoeveel investeringen er nodig zijn om tot 1,5% economische groei te komen in 2035. Uit die onderzoeken blijkt dat er tussen de 150 en 180 miljard extra investeringen nodig zijn.
Wennink is optimistisch dat we dat kunnen halen want hij heeft al 31 consortia gevonden die tot 2035 al in meer dan 50 projecten voor 126 miljard willen investeren. Op dat lijstje projectvoorstellen valt echter wel veel af te dingen. Zo is het lastig vast te stellen in hoeverre dit extra investeringen zijn en niet al door TNO en Rabobank normaal verwachte investeringen. Daarnaast zijn dit de bedragen die de consortia zelf hebben aangeleverd. Hoe betrouwbaar is dat?
Zo is het grootste project een AI-gigafabriek op de tweede Maasvlakte. In de plannen van Wennink goed voor zo’n 22 miljard aan (volledig private) investeringen. Opvallend genoeg kostte dezelfde investering afgelopen zomer maar 5 miljard en een paar dagen geleden gaf initiatiefnemer De Groot in het AD aan dat er nu plannen waren voor een investering van 7,5 miljard, waarvan bovendien een derde overheidsgeld moet zijn.
De Salespitch: dit gaat de staat helemaal niet zo veel geld kosten
Dat brengt ons ook gelijk bij het laatste punt. Hoeveel geld vraagt Wennink nou van Vadertje Staat? Een duidelijke slotsom maakt het rapport niet. Wel staat er dat de kosten die gemaakt moeten worden om in 2035 minimaal 1,5 tot 2% groei te generen uitkomen tussen de 2 à 8 miljard per jaar.
Maar is dit echt de rekening van Wennink? In het rapport vliegen de miljarden namelijk je al om de oren.
19 à 62 miljard in tien jaar om de randvoorwaarden op orde te krijgen.
10 à 20 miljard voor het investeringskapitaal van een Nationale Investeringsbank.
2 miljard langjarig budget voor het Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie.
35 miljard publieke investeringen voor de 51 investeringsproposities.
Hoe al deze verschillende bedragen dan weer samenhangen is in het rapport onduidelijk, maar dat de rekening hoger wordt dan 8 miljard per jaar lijkt duidelijk. Waarom dat volgens Wennink per se door bezuinigingen moet worden opgebracht ontgaat ons.
En verder deze week...
Isabella Weber, de econome die als eerste Graaiflatie ontdekte, heeft een nieuw artikel gepubliceerd.
De Telegraaf laat zien dat inflatie ongelijk neerslaat bij mensen.
Triodos presenteert vanavond een nieuwe systeemvisie voor het financieel systeem in Pakhuis de Zwijger.
Tot slot: een beetje vreemd, maar wel lekker (de kliekjes uit onze Slack-kanalen)
Gratis_saaf_voor_iedereen heeft Wennink ook gelezen.
Vond je dit nou een leuke nieuwsbrief? Geef ons een like, en stuur hem door naar anderen die mogelijk ook interesse hebben!
Heb je ideeën voor onderwerpen om te bespreken? Reacties? Mail ons op: rodecijfers@substack.com





Gaan jullie een uitgebreider tegenrapport publiceren? Ik zou dat graag lezen